|
Een vaste beugel wordt zo genoemd, omdat de
beugel niet uit de mond genomen kan worden. Er zijn
verschillende soorten vaste beugels. De meest bekende is de 'vaste
apparatuur'-beugel: hierbij worden op de tanden metalen
plakkertjes gezet (officieel 'brackets' genoemd, maar
officieus ook wel 'slotjes' of 'blokjes'). Om de kiezen worden
“bandjes” gepast. 
De draad wordt door de
buisjes geschoven en aan de plakkers vastgezet met kleine
elastiekjes of ijzerdraadjes. De kleur van de elastiekjes
heeft geen doel of betekenis en kan dus gekozen worden door de
patient. De minst zichtbare elastiekjes zijn zilverkleurig,
aangezien de slotjes ook zilverkleurig zijn. Er worden
tegenwoordig ook plakkertjes gebruikt waarbij geen elastiekjes
meer nodig zijn. Die gebruiken we soms omdat dat bepaalde
voordelen kan hebben, maar ook een aantal nadelen. De draad
zorgt (meestal) voor de krachten die de tanden en kiezen
moeten verplaatsen terwijl de plakkertjes een soort 'handvaten'
zijn die de krachten overbrengen.
|
Het inzetten van de
vaste beugel is beslist niet pijnlijk. De plakkertjes worden
op de tanden en kiezen gezet als een soort stickers. Het
schuiven van de ringetjes om de kiezen valt ook mee,
aangezien we voor het plaatsen van de beugel zorgen voor
kleine spleetjes rondom de kiezen. Dat doen we door het
plaatsen van 'separatie-'elastiekjes een week voordat de
beugel wordt geplaatst. In een week tijd zorgen die
elastiekjes geleidelijk voor extra ruimte.
Na het inzetten van de
vaste beugel is er wel een gewenningsperiode waarin de
uitsteeksels van de plakkers irriteren tegen de lippen en de
wangen. Er ontstaan vaak wat wondjes. De een heeft er meer
of minder last van dan de ander. Over het algemeen zal dit
na enkele dagen tot weken verdwijnen. Volwassenen hebben er
over het algemeen aanzienlijk langer last van; soms zelfs
enkele maanden.
Een voorbeeld van
andere soort vaste beugel is de hyrax. Dit is een beugel om
de bovenkaak breder te maken.

|